Minder bekende stukken

Het Stedelijk Museum in Amsterdam laat tot volgend jaar maart een selectie zien van de eigen collectie vormgeving. De expositie ‘Van Thonet tot Dutch Design’ biedt ruim driehonderd objecten.
Minder bekende stukkenDe tentoonstelling voert de bezoeker van een bank van Thonet, een van oudste meubels in de collectie, langs stromingen als de Wiener Werkstätte, de Amsterdamse School en Scandinavische vormgeving, naar het gebruik van kunststof in de jaren zestig van de vorige eeuw, het kleurrijke Italiaanse Memphis design uit de jaren tachtig en naar Dutch design zoals dat in de jaren negentig werd geïntroduceerd. De tentoonstelling laat werk zien van ontwerpers als Michael Thonet, Gerrit Rietveld, Charlotte Perriand, Verner Panton, Ettore Sottsass, Hella Jongerius, Marcel Wanders en Patrick Jouin.

Metalen stoelen
Conservator Ingeborg de Roode koos van bekende designers soms minder bekende stukken. Ze laat bijvoorbeeld de Aluminium Stoel zien van Rietveld. Het Stedelijk beschikt over het prototype van de metalen stoel uit 1942, midden in de oorlog gemaakt uit bijna één plaat. Van de Scandinavische ontwerper Gunnar Aagaard Andersen geen licht, houten design, maar zijn fauteuil van opgespoten polyurethaanschuim.
Minder bekende stukken
Ongeveer twintig procent van de tentoonstelling is ingevuld met werk van vrouwelijke makers. Er is grafisch werk te zien van de Nederlandse Bertha Bake, werk van de Franse architecte en ontwerpster Charlotte Perriand, het beroemde hobbelpaard van de Amerikaanse Gloria Caranica en meubels van de Deense Nanna Ditzel. De tentoonstelling vraagt ook aandacht voor thema’s als duurzaamheid en democratisering van design. De Sloophoutkast van Piet Hein Eek uit 1990 geldt als een vroeg voorbeeld van duurzaam materiaalgebruik. En het open design van Jesse Howard is zeer democratisch: Howard stelt (digitale) bestanden ter beschikking zodat iedereen zelf met materialen van de bouwmarkt huishoudelijke apparaten kan maken. Minder bekende stukken