Slapen zonder badmuts

Smart Slapen

Smartphones, slaaptrackers en andere mini-laboratoria

Tekst: Pascal Mannekens

Fabrikanten van wearables en sensoren in bed hebben zich op de markt gegooid en maken reclame met accurate slaapanalyses. Smartphones zijn razend populair en ondertussen lopen we rond met kleine slaaplabo’s in onze broekzakken. Tegenwoordig heb je talrijke apps die pretenderen bepaalde facetten van slaap te kunnen meten. Patiënten komen steeds vaker met hun smartphone naar het spreekuur bij therapeuten. Wat wordt er precies gemeten en wat hebben we daar aan?

[tekst] Kun je met een slaaptracker ook je slaap bijhouden? Ben je op zoek naar inzicht in je slaappatroon? Of naar een manier om je nachtrust te verbeteren? Wil je geen nacht doorbrengen met een badmuts vol sensoren op je hoofd in de slaapkliniek, maar vertrouwd in je eigen bed je slaappatroon eens in de gaten houden? Maar wat zeggen die thuismetingen nu écht over de kwaliteit van je slaap? Kan een sensor in bed je iets vertellen over slaapcycli, hersenactiviteit en rusthartslag? De meningen van de experts lopen uiteen.

Meten is weten

Voor de opkomst van de doe-het-zelf-slaaptrackers was je aangewezen op een van de vele slaapklinieken. In zo’n kliniek word je beplakt met elektroden die hersenactiviteit en meestal ook spieractiviteit, hartslag en oogbeweging meten. Een slaapmeting duurt meestal 24 tot 48 uur. Een meting gebeurt dus niet alleen ’s nachts, ook de hersenactiviteit de dag erna worden bijgehouden. Zo’n slaaponderzoek (polysomnografie, kortweg PSG) in een slaapkliniek wordt in hoofdzaak gedaan om eventuele neurologische (bijvoorbeeld narcolepsie) of andere medische oorzaken van slaapstoornissen (zoals slaapapneu) vast te stellen. Hoewel één meting in feite voldoende kan zijn om een ‘probleem’ vast te stellen, menen sommige deskundigen dat een eenmalige meting toch wat beperkt is. Een slaapexpert zegt: ‘Het komt vaak voor dat iemand tijdens de nacht bij ons net geen last heeft van zijn vaste problemen’. Begrijpelijk, want in een slaapcentrum slaap je niet onder natuurlijke omstandigheden. Je draagt een badmuts met zo’n dertig elektroden en een bundel snoeren op je hoofd. Komen er tijdens je slaap enkele elektroden los, dan heb je geen betrouwbare meting. Nachtverpleegkundigen houden je in de gaten en gaan dan in allerijl de losgekomen elektroden terug op je lichaam vastkleven. Dit is dan ook de reden voor het gecombineerd gebruik van vragenlijsten en slaapdagboeken met PSG. Het blijft de meest betrouwbare meettechniek.

Het idee dat je slaap in een thuissituatie net zo makkelijk zou kunnen meten als hartslag of het aantal stappen dat je zet, is een belofte die tot de verbeelding spreekt. Allerlei makers van hardware en software zijn inmiddels op deze markt gedoken. Aanbieders van hardware slaaptrackers als Fitbit, Lark en Jawbone zeggen bijvoorbeeld dat hun polsbanden je wat over je slaapkwaliteit kunnen vertellen. Commerciële app-makers beloven je voor 0,99 eurocent een compleet laboratorium in je eigen bed. Intussen zijn er ook nieuwere generaties slaaptrackers zoals Aura, Melon, Sense… Men schat dat wereldwijd dagelijks circa 100 miljoen mensen op een of andere wijze gezondheidsgerelateerde items evalueren op apps.

De hardware slaaptrackers werken meestal volgens het principe van ‘actigrafie’, ofwel het detecteren en analyseren van spiertrekkingen terwijl je slaapt. Met andere woorden: er vindt registratie van je bewegingen plaats. De manier waarop je beweegt, wordt vervolgens gelinkt aan het slaapstadium waarin je je bevindt, omdat elk stadium zijn unieke bewegingen heeft. Men kan zich afvragen of dit betrouwbaar is. Wat gebeurt er als je stil ligt in je bed met wijd open ogen? Een bekend probleem.

Apps maken gebruik van de diverse sensoren van de telefoon en proberen op deze manier onder andere actigrafie na te bootsen. Sleeptracking-apps zijn over het algemeen nog een stap minder accuraat dan hardware. Slaaptrackers zijn zeker geen diagnostische hulpmiddelen, ze leveren informatie die min of meer betrouwbaar is, zoals de tijd die je in bed doorbrengt. Ze zijn echter nauwelijks inzetbaar als ‘voorloper’ van een ‘echt’ slaaponderzoek.

Slaapmonitoring oorzaak van slaapstoornissen?

Het probleem blijft dat simpele banden om je pols of een app naast je kussen technisch gezien beslist niet in de buurt komen van de metingen die gedaan worden in een slaapcentrum. Het zijn meestal alleen bewegingssensoren, maar daar kun je absoluut niet iemands slaapstructuur uit opmaken. De betere armbanden zijn die met bewegings- en hartslagsensor. Pas met het meten van iemands hersenactiviteit, met een speciaal ontworpen hoofdband of gebruik van elektroden, kun je daadwerkelijk iets zeggen over slaapcycli en -stoornissen.

In de afgelopen jaren zijn alternatieven beschikbaar geworden voor een nacht in de slaapkliniek. Het Amerikaanse bedrijf ZEO was een van de eerste aanbieders van een consumentenproduct. Hun gelijknamige slaapband ZEO was een vereenvoudigde versie van de monitor die slaapcentra gebruiken. Gebruikers droegen tijdens het slapen de band op hun hoofd met een sensor tegen het voorhoofd. Ondertussen werd hun hersenactiviteit geregistreerd en zichtbaar gemaakt in een bijhorende ZEO-app. Maar ZEO ging in 2013 failliet. Ondertussen zijn er heel wat nieuwe spelers. De Beddit bijvoorbeeld, een sensor die je onder het hoeslaken plaatst en die tijdens de nacht beweging, hartslag en ademhalingsfrequentie meet. Alvast een van de betere exemplaren. Probleem blijft dat bedsensoren geen personen kunnen onderscheiden. Ze beginnen gegevens te verzamelen zodra er iemand in bed ligt en weten niet of je dat zelf bent, je partner of zelfs je hond.

Het inzichtelijk maken van iemands slaap – zeker bij iemand die (nog geen) slaapproblemen heeft – kan leiden tot (onnodige) zorgen. Verschillende experten vertellen mij: ‘In een aantal gevallen zien we mensen die aan de hand van een eigen meting via een tracker of app langskomen voor een uitgebreide test of een bezoek aan de slaapcoach. Ze maken zich zorgen, waarna echter aangetoond wordt dat er met de slaap niets mis is en hij of zij alleen moe is omdat er teveel hooi op de vork wordt genomen.’ Baat het niet dan schaadt het niet, is hier niet helemaal correct. Het is maar de vraag of je beter gaat slapen door bijvoorbeeld slaaptrackers. Slaap is iets wat je overkomt, je kunt niet op een knopje drukken en in slaap vallen. Hoe meer mensen met hun slaap bezig zijn en erover piekeren of nadenken, hoe slechter ze ook gaan slapen. Met een slaaptracker kun je min of meer zien wanneer je in slaap valt, maar een leek kan de kwaliteit van zijn of haar slaap niet uit een diagram van zo’n app halen. Ondertussen werd er in een aantal studies aangetoond dat smartphonegebruik een negatieve impact heeft op slaapkwaliteit en -kwantiteit. Voor alleenstaanden kan het evenwel nuttig zijn om via apps of wearables feedback te krijgen over slaapkwaliteit of nachtelijke ademhaling.

De belangrijkste motivator om uiteindelijk slaap te meten is het verkrijgen van inzichten die ondersteuning kunnen bieden als je een bepaald patroon probeert te wijzigen. Als je door een app inzicht krijgt in hoe weinig uren je eigenlijk slaapt per week, kan dat best een eyeopener zijn. Ook coaching functies, zoals persoonlijke tips en de mogelijkheid om slaapdoelen in te stellen en die met behulp van trackers te controleren, zijn wel nuttig.

Sleeptrackers, yes or no?

Deskundigen zijn het er niet over eens hoe je de kwaliteit van slaap kunt meten. Dat je die kwaliteit na één nacht slapen kunt aflezen uit een app, is dan ook niet heel waarschijnlijk, vooral als die app of tracker eigenlijk alleen maar je bewegingen tijdens die nacht heeft gemeten. Toch zijn er deskundigen die wel enthousiast zijn over de nieuwere slaaptrackers, die ook je hartslag en ademhaling meten. Bij echte problemen zul je nog steeds naar de specialist moeten, maar je krijgt in elk geval inzicht in je slaapgebrek.

Een ding is zeker. Steeds meer partijen gaan vechten om een plek op de markt met betrekking tot thuismetingen. Die bedrijven hebben tientallen miljoenen euro’s van investeerders op zak. Dat zal vanzelf tot een steeds hogere kwaliteit van slaaptrackers leiden. Bij de ontwikkeling van nieuwe toepassingen zullen multidisciplinaire teams zich moeten focussen op samenwerking tussen software ingenieurs, data-analisten en klinische slaapspecialisten. En hier nijpt zeker het schoentje, want heel wat elektronische snufjes zijn onvoldoende klinisch gevalideerd. Klinische therapeuten gebruiken objectieve slaapmonitoring in combinatie met subjectieve bevindingen zoals het laten bijhouden van een slaapdagboek. De opkomst van online slaapcursussen biedt alvast een groot potentieel. Elke vorm van actie die een medewerking vereist van de gebruikers is zeker stimulerend. Misschien moeten we ons dan maar focussen op andere hulpmiddeltjes, zoals het lezen van slaapboeken die een aanzet kunnen geven tot gedragsveranderingen.

Dossiers
Meer over